Over de snelwegrestaurants van Hajé en Feikje: biefstuk halen via de middenberm en bietenchauffeurs als oppas

By 4 maart 2019Nieuws

Geschreven door: Phaedra Werkhoven

Hajé Restaurants, langs de snelweg, zijn al sinds de jaren 80 een begrip in de regio. Maar wie zit er achter die naam? Een gesprek met Hajé en Feikje de Jager, die vorig jaar het roer hebben overgedragen aan hun drie zoons. ,,De bietenchauffeurs hebben de jongens opgevoed. We werkten dag en nacht.’’

Wie weleens van het noorden naar het zuiden over de A6 raast, kent het vast: de restaurants en hotels van Hajé, langs de kant van de weg bij Lelystad: de Lepelaar en de Aalscholver. Of misschien wel de andere locaties Nunspeet, Joure, Nieuwegein, Natuurpark Lelystad, Afsluitdijk Zurich, die sinds de Lepelaar in 1986 geopend werden. Ze zochten nooit de media op, maar nu ze gevraagd worden, kijken Hajé en Feikje de Jager – een fris ogend stel, 42 jaar samen inmiddels, hij 60 en zij 61 – terug.

Huiskamer

In al hun bescheidenheid (‘Een imperium opgebouwd? Ach nee…’) zijn ze vele malen kleiner dan concurrent Van der Valk, maar desondanks een begrip. Hun drie zoons Thierry (32), Etienne (30) en Pointer (29) staan nu gezamenlijk aan het roer van Hajé, wat inmiddels veel meer is dan een wegrestaurant. Het huiskamergevoel langs de snelweg, dat is wat ze voor ogen hadden en hebben. Even niets moeten. Over de concurrent Van der Valk heeft Hajé zijn jongens gezegd dat ze hun eigen wedstrijd moeten spelen, geen dingen doen die niet bij je passen.” Hij denkt even na en vervolgt dan: ,,Het zijn niet de sterksten die overleven, maar degenen die het beste kunnen omgaan met veranderingen.”

Hoe het ooit begon, daar langs die A6. Het echtpaar kijkt elkaar aan. In 1983, midden in de crisis, wonnen ze de wedstrijd die was uitgeschreven voor de verzorgingsplaats langs de snelweg.

Niks

Ze kregen een vergunning voor twee locaties, pal tegenover elkaar: De Lepelaar en De Aalscholver. ,,Er was niks, alleen een stukje kort parkeren. Dat mochten we opnieuw inrichten, maar wel op eigen kosten en risico. De snelweg was een stuk rustiger. Er reden vijf keer minder auto’s dan tegenwoordig, echt een andere wereld.”

Voor de gelegenheid zijn ze weer terug in dat eerste restaurant. Hajé en Feikje hebben afgelopen jaar het bewind van hun gezinsbedrijf – zoals ze het nadrukkelijk noemen, dus geen familiebedrijf – overgedragen aan hun drie zoons. De Jager staart naar buiten en wijst even verrukt een buizerd aan die in het natuurgebied zit. ,,Het is heel moeilijk om terug te stappen. We dachten dat we dat geleidelijk konden doen, maar dat werkt niet. Want ze moeten het ook echt zelf doen zonder dat wij over hun schouders meegluren”, vertelt Hajé, terwijl Feikje ondertussen door de ramen heen toch een oogje houdt op wat er in het restaurant gebeurt. Hajé: ,,De oudste zei: ‘Of we doen het, en dan moet je je er niet meer mee bemoeien. Of we doen het niet’.”

Dat allereerste plan, langs die stille A6, bleek uiteindelijk een rollercoaster die jaren aanhield. Die zijn vruchten afwierp, maar ook offers heeft gevraagd. Hajé: ,,De zaak heeft een dominante rol in ons leven. Die kreeg de meeste aandacht van ons.” Feikje: ,,Dat praten we naar onszelf toe goed, maar dat is wel een ding voor de kinderen. Groter dan wij denken.”

Caravan

In het begin leefden ze in de caravan langs de snelweg, het huis was er nog niet. Feikje: ,,De bakker, groenteboer en slager wilden niet aan ons leveren, omdat er geen vertrouwen was in horecaondernemers uit Lelystad. Dus ’s ochtends was het: ,,Nou John Cleese, wat gaan we doen? Nu rijden of even wachten? Tussen het ontbijt en de koffie in racete ik heel snel naar Lelystad om alles op te halen, soms tegen het verkeer in. Anders stond Hajé alleen en dan zag ik een bus vol mensen gaan en kon het zomaar zijn dat er tachtig mensen koffie wilden.” De eerste tijd was er amper personeel. ,,En we moesten van Rijkswaterstaat 7 dagen per week, 24 uur per dag open zijn.”

Jaren woonden ze boven het restaurant, in het middenschip. Volgens Hajé een zegening, omdat ze daardoor geen reistijd hadden en meteen ter plekke waren. Feikje had er meer moeite mee. ,,Je hebt tegen mij altijd gezegd dat het tijdelijk was. En we wonen er 33 jaar.” Hajé haalt glimlachend zijn schouders op. Sinds een paar jaar wonen ze achter het hotel-restaurant. Op hun oude stek zijn hotelkamers gekomen, een idee van de zoons.

Het restaurant met het personeel dat er rondliep, de gasten; het werd een grote familie, een gemeenschap. Hajé: ,,We liepen hier dag en nacht rond, daardoor zagen we de kinderen heel frequent.” Feikje: ,, De bietenchauffeurs die hier elke dag zaten, hebben onze jongens opgevoed.”

Zwanger

Nog ver voor de opening een feit was, raakte Feikje onverwachts zwanger. ,,Bij het bizarre avontuur wat wij aangaan passen geen kinderen, dachten we. Maar het gebeurde en het was fantastisch.” Ze sliepen niet meer dan drie uur per nacht. ,,Na nummer één kwamen twee en drie, dus ’s nachts deed ik mijn schoenen maar niet meer uit, want, dacht ik, dan krijg ik ze over twee uur niet meer aan.”

Bij de bevalling van de oudste moest het bed op klossen gezet worden. ,,Die hadden we niet. Dat werden blikken tomatenpuree uit de voorraadkast van het restaurant”, zegt Hajé lachend. Alle drie de jongens zijn in de Lepelaar geboren. Hajé: ,,Dat maakt het voor ons historisch. Hier is alles gebeurd.”

Daghap

Samen om zes uur achter de piepers was er niet bij voor het gezin De Jager. Kerst viel in januari of februari en ook verjaardagen waren lastig, omdat ze nooit vrij hadden. Een echt sociaal leven opbouwen was gewoon moeilijk. Feikje: ,,De kinderen aten met de oppas en wij om half tien ’s avonds met de bietenchauffeurs, als er nog iets van de daghap over was. De daghap voor de chauffeurs maakten we altijd, omdat we vonden dat we daar goed voor moesten zorgen. Tijdens het diner waren dat de lui die op de jongetjes letten. Later hadden we soms wel drie oppassen, omdat onze diensten te lang waren.”

Nu nog gaat het steeds over werk als ze met z’n allen samen zijn. Feikje wilde wel eens over iets anders praten dan de zaak. ,,We hebben een code.” Ze slaat met vlakke hand op de tafel, pats. ,,Code biefstuk!”, en dan stopt het gesprek. ,,We hadden natuurlijk nooit een huiskamer, maar nu wel. In de huiskamer voeren we geen gesprekken meer over het werk, is de afspraak. Gisteren kwam ik thuis en zitten de drie jongens toch achter laptops in onze huiskamer. Ergens is dat ook wel weer mooi.”

Bierkrat

De jongens hielpen al van jongs af aan mee in het restaurant. Feikje: ,,Zodra ze op een bierkrat konden staan, hielpen ze achter de bar. Koffiebekers stapelen, bierglazen spoelen.” Hajé: ,, Op een gegeven moment liepen ze met drie of vier kopjes koffie op een dienblad.” Als er iets op de kaart stond, verkochten ze nooit nee, ongeacht het tijdstip. ,,Dan vlogen we even door de middenberm naar de overkant, om daar een biefstuk te halen.”

Alsof het niet druk genoeg was, kochten ze er in die drukke jaren nog een wegrestaurant bij, in Delft. Hajé: ,,Management plegen over twee plekken die je in zicht hebt, of over een plek op 150 kilometer afstand, dat is een ander verhaal. De jongens sturen nu veel meer op afstand dan wij ooit deden. Wij willen alles in de gaten houden.”

Feikje: ,,Je ging zelfs soms twee keer op een dag heen en weer.”

Hajé: ,,Dat was wel pittig. Maar ja, dan ben je 33, je gaat gewoon.”

Door de stress en werkdruk waren ze niet altijd even aardig voor elkaar. Nu lachen ze erom. Toch was er trots, en gaf het voldoening, omdat ze zagen dat het lukte. Feikje: ,,We zaten wel om half vier ’s nachts een biertje te drinken samen. Dat had meer voorrang dan dat halfuurtje slaap. We hebben ook weleens tussen Delft en Lelystad met z’n tweetjes afgesproken in het Naarderbos om te mediteren.” Hajé, lachend: ,,Slapen zul je bedoelen.’’

Daarom adviseert Hajé zijn zoons het nu anders te doen, beter op hun gezondheid te letten dan hij zelf deed. Hij liep tegen zijn grenzen aan, raakte periodes overspannen, kampte even met een depressie. ,,Dat komt later pas. In de pioniersfase zit je vol met adrenaline, dan stuiter je.” Dus de jongens moeten tijd voor zichzelf nemen, vindt hij. Dan houd je het beter vol. Dat vindt Feikje het moeilijke, dat ze steeds maar moest doen alsof het goed ging. ,,Voor je gasten, medewerkers, iedereen. Maar dat gaat het dus niet altijd.”

De reis

Aan hun persoonlijke bucketlists zijn ze niet echt toegekomen. Maar de reis is het belangrijkste, zegt Hajé, niet het doel. De vraag is: ben je op de plek waar je moet zijn? Als je al het geld van de wereld had, zou je dan nog hier zijn? De kunst is om hier dat te kunnen geven. ,,Dat is mijn uitdaging. Geluk is een relatief begrip, van veel geld kun je angstig worden. Bezit geeft heel veel zorg.”

Wat het geheim is van zo’n lang huwelijk, waar je ook nog zakelijk in vervlochten bent: daar moet het echtpaar lang over nadenken. Dan, Hajé: ,,Je moet ervan uitgaan dat je iets meer geeft dan je ontvangt.” Ja, voegt Feikje eraan toe, en als de een erdoorheen zit, moet je er voor elkaar zijn. Hajé, terwijl hij even opzij blikt: ,,We zijn echt een duo.”

De toekomst van het bedrijf is niet meer aan hun. De jongens zijn aan zet. Daarom hebben ze besloten ook letterlijk een stap verder te doen, binnenkort verhuizen ze naar Almere. ,,En dat is goed zo.”

Bron: De Stentor